maandag 21 mei 2012

Vraag het de Grieken

Er lijkt een politieke trechter te bestaan, die er steeds meer toe dwingt uiteenlopende problemen openlijk in verband te brengen met het hoofdprobleem. Dat hoofdprobleem heet neoliberalisme, de doorgeslagen en inmiddels vastgelopen aanpak alles te vermarkten en te privatiseren. De vrije markt, de gevallen afgod die toch nog steeds wordt aanbeden. Gevallen, zie de crisis met haar verschillende verschijningsvormen van vastgoedcrisis, monetaire crisis en crisis in de productieve, sociale en overheids sectoren.

Het neoliberalisme is de economische ideologie met de verkeerde oplossingen. Het privatiseren heeft de ruimte voor overheden om te manoeuvreren onnodig klein gemaakt. Collectieve arrangementen voor communicatie als telefonie, kabel en post zijn rücksichtslos geprivatiseerd, in een ‘digitale maatschappij’ die niet zonder kan. Daardoor vloeien de opbrengsten van dergelijke collectieve voorzieningen slechts toe aan enkele rijken, niet aan de overheid, niet aan de bevolking. Alsof het allemaal nog niet genoeg is speelt de Europese Commissie voor waakhond, die blaft dat allerlei diensten en bedrijfsonderdelen in de verkoop moeten. Vooral als ergens het woordje ‘Staat’ nog een rol speelt.

Internationaal hetzelfde. Griekenland is een bezet land. De rijke landen en de Europese bureaucratie – aan de leiband van banken en bedrijven – bepalen wat Griekenland nog mag. Alleen bezuinigen is echter een gebrek aan sociale bewogenheid en creativiteit. Waarom investeert Europa niet goed en gericht in economieën van landen met problemen zoals Griekenland? Zet solidariteit voorop en laat de EU zó krachtig opereren, omgekeerd aan de huidige aanpak. Verplicht Griekenland niet overheidsvoorzieningen te privatiseren. Help en stimuleer liever deze rendabel en efficiënt te maken.

De Grieken zijn de inmenging zat. Angela Merkel wil opeens wel dat de Grieken een referendum houden, nu over de euro. Eerst mocht het niet, nu moet het? Deze actie dient slechts de onderwerping van de wil van het volk aan het harde marktregiem.
Vraag liever de Grieken zelf, welke kant ze op willen, zonder het mes op tafel. Nu er nieuwe verkiezingen komen zou de meest hoopvolle ontwikkeling een grote linkse overwinning zijn. Er bestaan weinig pasklare oplossingen, eerst zal de destructieve bezuinigingsdrift moeten worden teruggedrongen, als basis voor een nieuwe sociale koers.

De neoliberale ideologie heeft na de jaren zeventig een opmars gemaakt. Eerst misschien sluipend en slechts door linkse critici geanalyseerd, daarna steeds meer open, brutaal en agressief.
Dat denken terugdringen is een lange afstandsloop. Niet alleen de neoliberale politiek moet worden bestreden, ook het overmatige individualisme en bekrompen eigenbelang waarvan het neoliberalisme zo handig gebruik maakt. Het zet mensen tegen elkaar op. Ook tegen de Grieken.





maandag 14 mei 2012

Waarnemen is vergissen

Ik zie ik zie wat jij niet ziet? Kan dat wel? Ach, je weet zelf lang niet altijd wat je ziet. In mijn boekje over dialectische filosofie ‘Dialectiek en praktijk’ staat een hoofdstuk over vergissen en dialectiek. Alles zit vol vergissing, zekerheden worden door onzekerheden omgeven, en denken zit vol barsten. De liefhebber leze het na.

Mijn weblog van 19 maart jl. ‘Eenzame mol’ ging over zien en waarnemen. Ik nam een draaihals waar, een vrij zeldzame maar door mij eerder gespotte vogel. Bewijzen kon ik het niet, geen foto, geen getuigen, dus geen stevige documentatie toen er om werd gevraagd. Waarom twijfel? Deze trekvogel hoort eigenlijk een maandje later te verschijnen. Goed argument. Mijn oorspronkelijke waarneming wordt er niet heel anders door, al houdt bij twijfel deze geen stand.

Leuk spelletje: ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’. Waarnemen is niet simpel. Het waarnemen verandert voortdurend, net als het denken erover, het delen met anderen, de theorie, de herinnering en de vervaging ervan. Soms zie je dingen die je vroeger niet zag. Of zie je dat iets niet klopt wat je ooit zo zeker zag. Of je hoort iets, dat is ook een waarneming.

Vandaag even van mijn werk op Windesheim het zonnetje opgezocht, de deur uit. Op de hoek bij een sloot aan het spoor hoorde ik een paar weken terug de zwartkop. Even gewacht en al snel zag ik hem (inderdaad een mannetje). Sindsdien hoor ik de zwartkop steeds op dat hoekje. Mijn theorie: de zwartkop zal er wel een nest hebben. Of: de zwartkop is aardig honkvast. Maar niet: elk jaar zal hij er wel zitten. Dat zou te ver gaan. Maar wie weet?

Barnsteen, vroeger vond ik dat niet, nu wel. Ik weet waar of hoe ik moet kijken. Of dat altijd klopt?
Een bioloog vertelde me een poosje terug dat bij het aanspoelen van zaagjes (een schelp) het zogeheten links-rechtsfenomeen bestaat. Meer linker of rechterkleppen. Dat lijkt verrassend, want er zijn toch even veel van?
Dat wil ik zelf wel eens waarnemen. Sindsdien neem ik op de Waddeneilanden van het strand steeds ca. 40 zaagjes mee, om er een leuk statistiekje van te maken. Het klopt! Na enkele keren had ik steeds 3, 4 of meer keer zo veel rechterkleppen dan linker. Maar neen, het klopt helemaal niet meer: de laatste keer was het opeens helemaal omgekeerd: 29 tegen 10, drie keer zoveel linkerkleppen dan rechter…
Goed gekeken of het waar was en toen gauw maar een nieuwe hypothese in elkaar geprutst: bij stevige en langdurige oostenwind is het links-rechtsfenomeen bij zaagjes omgekeerd. Wat dus nog moet worden bewezen. De verzameling data is dus veranderd, de waarneming en het denken ook.

Het links-rechtsfenomeen is door de wetenschap wel verder uitgezocht. Statistiek en proeven met stromingen, enzovoorts. Die gegevens wil ik echter nog lang niet lezen. Het is te leuk en leerzaam te kijken en je zo desnoods nog een poosje te vergissen. De waarheid komt dichter bij, maar hoe dicht zal ik nooit weten.

Toen ik jaren terug met mijn kinderen schelpen zocht en dat zelf ook leuk vond, zei een kennis: ‘Ik vond van die Shell-schelpjes.’ Die zag ik dus nooit. Weg de waarneming, is dat kijken, is dat zoeken? Niet te best. Dus toen maar met behulp van een gidsje de wijde mantel in de zoekbeeldencatalogus van mijn hoofd opgenomen. En ja, nu vind ik ze regelmatig. Ik zie ik zie wat ik eerst niet zag.

Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het waarnemen wordt aangeraakt door waarheid en onwaarheid, een te beperkt denkkader of juist weer te ruim. Voorbeelden zijn er nog zat, ook met noordkrompen en paardenzadels.
Als je de waarneming richt zie je meer, maar mis je nog van alles. Leuk, steeds weer van begin af aan beginnen. Over mensen waarnemen hebben we het dan nog niet eens gehad.






zaterdag 12 mei 2012

Amber

Dat is barnsteen. Op de lagere school hoorde ik er al van. Op Ameland werd al in de Middeleeuwen barnsteen gevonden en verhandeld. Was dat zo? Leuke vakanties met ons gezin op Ameland gehad en toen begon ik al rond te banjeren en naar schelpen te kijken, maar geen barnsteen gezien.
Het eerste is nog altijd mijn hobby, een beetje rondlopen, kijken en denken. Het verzamelen en later het meer systematisch bestuderen is leuk, maar komt op de tweede plaats. De vormverscheidenheid bewonderen. Overal van. Niet alleen vogels kijken, ook de vogelaars mogen er zijn. Met schelpen is dat niet anders, je ziet direct wie er nog meer koekeloeren en hoe ze dat doen. Omgekeerd hetzelfde natuurlijk.

Het zal ongeveer vijftien jaar geleden zijn dat ik met Taco op Terschelling van Paal 8 om de west liep. Op de Noordsvaarder nabij Paal 1, dus op het puntje bij laagwater en zonder wind, raakten we aan de praat met een fietsende ‘jutter’, ook op vakantie. Hij zocht naar barnsteen, en ook nog een beetje naar Spaanse matten en andere munten. Naar beweerd werd spoelen die soms aan vanuit het zeegat.
‘En’ vroegen wij ‘al barnsteen gevonden?’ Hij liet een fotorolkokertje zien, waarin één of twee piepkleine brokjes barnsteen zaten. Niet echt om over naar huis te schrijven. Maar het bewijs was geleverd, althans we geloofden hem. Barnsteen, het ligt er wel.
Bovendien was het kokertje een goed idee. Eigenlijk is die ook wel een weblog waard. Al die kokertjes, naaidoosjes en ander opbergspul van natuurvorsers in het veld. Zelf heb ik vaak een tennisballenkoker in mijn rugzak, daar kunnen mooi breekbare langwerpige en grotere schelpen in.

Nadien heb ik op Schiermonnikoog een stuk of tien keer mooie stukjes barnsteen gevonden. Soms wordt dit betwijfeld, en deze twijfel is deels terecht, er worden ook hars en soorten kunsthars gevonden, die wat lijken op barnsteen. Het blad Het Zeepaard van de Strandwerkgemeenschap (KNNV, NJN en JNM) wijdde hier een speciaal nummer aan in november 2010. Is het nu echt barnsteen of niet, wat er gevonden wordt? Opmerkelijk is dat er weinig vanuit Schiermonnikoog werd gereageerd. Wat daar gevonden wordt is voor het grootste deel gewoon barnsteen. Duidelijk, mooi en het wordt er ook wel bewerkt.

Pas was het weer raak op Schier. Vrij stevige oostenwind en veel licht materiaal, mesjes, hout en veensnippers in grote hoeveelheden. In Zuid-Holland vind je in vergelijkbaar spul bijvoorbeeld leuke wenteltrapjes, op Schier mogelijk barnsteen. Voor barnsteenzoekers dus al gauw een leuke dag, voor een mooie wandeling in de wind ook. Zo’n dag is altijd geslaagd.






Barnsteen van Schiermonnikoog